|
Oudste bewoning en aanwezigheid van de mens
Het grondgebied van de huidige gemeente Deurne kent al een lange geschiedenis van menselijke bewoning. Al vele duizenden jaren geleden, in een periode die we de Oude Steentijd noemen, woonden er mensen in dit gebied. Dat blijkt uit verspreide vondsten uit de hele gemeente.
De toenmalige bevolking bestond uit rondtrekkende jager-verzamelaars, zodat van een permanente bewoning nog geen sprake was. Nog lang na de introductie van de landbouw, zo rond 4000 voor Christus, was men door uitputting van de landbouwgronden door veeteelt of akkerbouw, genoodzaakt rond te trekken.
Een vondst van grote archeologische waarde werd in 1837 bij toeval gedaan door een legeronderdeel. Zij groeven een groot urnenveld op ongeveer onder de huidige Potbosstraat.
Dit urnenveld werd aangelegd door de Nederrijnse vlakgravencultuur en moet
eeuwenlang in gebruik zijn geweest. Beweringen dat het urnenveld van de Germanen
zou zijn geweest, zijn onjuist, omdat de Germanen pas 400 jaar na Christus in
deze contreien kwamen wonen.Het stamt van enkele eeuwen voor het begin van onze jaartelling. Hieruit mag echter niet worden geconcludeerd dat deze mensen hier ook in een nederzetting woonden. Hiervan is nog nooit één spoor gevonden.
| Ook de Romeinse helm die in 1910 werd gevonden nabij
Helenaveen, mag niet worden uitgelegd als zou er destijds een nederzetting aanwezig zijn geweest. Mogelijk is deze helm als een offer aan de veengod geschonken. Er is nooit een Romein verdronken in elk geval. |

Romeinse helm |
De middeleeuwen
|
De eerste geschreven bron dateert uit 721, die in een 12e eeuwse kopie
bewaard is gebleven. De originele akte is verloren gegaan. Uit die akte
blijkt dat Herelaef, de zoon van Badagar, destijds een onvrije boer met
bijbehorende gebouwen en landerijen in Deurne heeft geschonken aan de later
heilig verklaarde bisschop Willibrordus. Na diens dood kwamen al zijn
goederen, waaronder het bezit in Deurne aan de abdij van Echternach toe.
Deze abdij in het tegenwoordige Luxemburg heeft
nog tot 1798 het recht gehad bepaalde gelden in Deurne te innen. |

bisschop Willibrordus |

Het kleine kasteel

Het grote kasteel |
Het leenstelsel, mogelijk bij U nog bekend van de lagere school, zorgde ervoor dat kleine stukjes gebied van de keizers en koningen steeds verder werden onderverdeeld. Terwijl de keizer een deel van zijn grondgebied in leen gaf aan de Hertog van Brabant, “leende” deze het weer verder aan de locale elite. Zo werd de heerlijkheid Deurne in de late middeleeuwen van de hertog in leen verkregen door de familie Van Doerne, die zich dus heren van Deurne mochten noemen. Dit geslacht liet, na eerder elders gewoond te hebben, rond 1390 het Klein Kasteel aan het Haageind bouwen. Een kleine 60 jaar later volgde het Groot Kasteel, er schuin tegenover. Het Klein Kasteel staat er –na vele verbouwingen- nog steeds mooi bij, het Groot Kasteel werd nagenoeg compleet verwoest in de Tweede Wereldoorlog. |
|
De heren van Deurne, waarvan Theodore baron de Smeth (1919-1988) de laatste was, konden tot de Franse tijd het dorpsbestuur benoemen. Daarna ontstonden de gemeenten, en werden de wethouders en gemeenteraad gekozen en de burgemeester benoemd.
Ook op andere manieren liet de Hertog van zich horen; in 1326 werden er regels opgesteld voor het gebruik van de heide als grond waar men plaggen kon steken en vee kon laten grazen; het gebruik hiervan was echter al vele eeuwen eerder ontstaan.
Het aaneengroeien van de gehuchten
In de loop van met name de 19e en 20e eeuwen groeiden de vele kleine buurschappen of gehuchten die Deurne kende, aan elkaar, en ontstonden de dorpen zoals we ze nu nog kennen. Tot aan de Tweede Wereldoorlog waren alle afzonderlijke buurschappen nog te herkennen; naderhand zorgden grote bouwprojecten als de St. Jozefparochie en de Koolhof ervoor dat een groot deel van de gehuchten aan elkaar groeide.
De Markt van Deurne
De Markt van Deurne was overigens al zeker vanaf ongeveer het jaar 1100, mogelijk nog eerder, het middelpunt van al die gehuchten, door de aanwezigheid van de centrale kerk, het middelpunt van de parochie. Resten van deze kerk, ouder dan de huidige, werden in 1961-1964 aangetroffen onder de huidige kerk. Of dit ook de kerk was, zoals die genoemd werd in een pauselijke oorkonde uit 1069 (‘een kerk in Deurne’), weten we niet. |

Markt Deurne 1934 |
De kerkdorpen
Ook voor Liessel, Vlierden en misschien Neerkant geldt dat vondsten erop wijzen dat zij duizenden jaren voor Christus al bewoning kenden. Langzamerhand ontstonden hier ook nederzettingen van meerdere boerderijen (zoals Belgeren en Leensel). Later groeiden er ook kernen rond de aanwezige kapellen, die nog later tot kerk werden verheven. In tegenstelling tot Liessel, dat vrijwel altijd bij de heerlijkheid Deurne heeft gehoord, werd Vlierden een eigen heerlijkheid, wat later resulteerde in een eigen gemeente.
Per 1 januari 1926 werden de gemeenten Deurne & Liessel en Vlierden samengevoegd
tot de gemeente Deurne.Neerkant ontstond uit de gehuchten Moosdijk en Heitrak. De naam komt voor het eerst voor in 1729. Van het dorp Neerkant is pas sprake sinds het ruim een eeuw geleden een zelfstandige parochie werd.
Helenaveen werd gebouwd als woonplaats voor de vele veenarbeiders die vanaf ongeveer 1850 de Peel ontgonnen. Nog steeds is de typische vorm van een veenontginning terug te vinden in een plaats, die samen met het Limburgse Griendtsveen de enige veenkolonie in Zuid-Nederland vormt.
Naschrift:
Deze studie, waarna samenvattend o.m. dit verhaal werd geschreven, bestaat uit
wetenschappelijk verantwoord bronnen- en literatuuronderzoek. Overname van
(delen van) de tekst is pas toegestaan na uitdrukkelijke toestemming van de
auteur.
De auteur, Luuk Keunen, heeft in februari 2001 een afstudeerproject Historische
Geografie afgerond aan Wageningen Universiteit.
klik hier
voor meer plaatjes over de historie van Deurne
|